Lees verder:

genestoo

Bron: www.nrc.nl

<<< terug

 

 

Ton

Houdoe!

Moraal en moralisme (Bas Heijne)

1 oktober

Samenleving

Ik moest denken aan de reacties op het laatste dagboek van dichter Hans Warren, dat een paar jaar geleden postuum verscheen. Daarin wordt van dag tot dag nauwgezet verslag gedaan van een ijzingwekkende ontluistering - een stervende man beschrijft zijn eigen aftakeling, houdt zorgvuldig bij hoe hem tergend langzaam alles wordt afgenomen, zijn lichaam, zijn liefde, zijn levenslange geloof in schoonheid. Er is geen genezing, geen verlossing, geen hoop op nieuw leven, alles eindigt in vocht en stront. Niets wordt mooier gemaakt dan het is, ook Warren zelf niet. Ik ken in de Nederlandse autobiografische literatuur niets wat op dat afstotelijke laatste dagboek lijkt, de meeste mensen die voortdurend over zichzelf schrijven vervallen hier in koketterie of zelfmedelijden - maar de recensenten zwegen het boek dood of lieten nuffig weten dat zoveel onverkwikkelijke details echt niet gehoeven hadden.

Zoals in zijn andere films onthult Verhoeven, samen met scenarioschrijver Gerard Soeteman, in Zwartboek wat er onder de beschaving ligt - een wreed en redeloos universum, waarin tegenover de onvermijdelijke en overal aanwezige dood alleen een stug en instinctief soort levensdrift staat. Daarmee veegt hij ieder bestaand beeld over de Tweede Wereldoorlog van tafel, niet alleen het oude beeld van goed en fout maar ook het nieuwe, niet minder zelfgenoegzame beeld van de grijstinten. De personages in Zwartboek zijn niet een beetje goed of een beetje slecht, ze zijn nu eens heel erg goed en dan weer heel erg slecht - zoals het uitkomt. Grijs is een kleur die in deze film helemaal niet voorkomt, alles wordt geregeerd door de blinde drift jezelf te handhaven in een wereld die het niets kan schelen of je leeft of dood bent..

Moraal is decorum, wraak is een diep instinct. Doden zijn precies dat - betekenisloze rottende lijken

Dat nietsontziende wereldbeeld kan Verhoeven alleen vertalen in melodrama, al zijn films zijn getransformeerde B-films - dat maakt het zo gemakkelijk voor zijn critici om honend naar vet aangezette scènes te wijzen. Maar ook die uitbarstingen van Breugheliaanse boertigheid zijn consistent: behalve onverbeterlijke opportunisten zijn zijn personages altijd dicht in de buurt van seks en geweld, en daar is, alle abstracte Franse filosofen ten spijt, helemaal niets verheven aan. De botheid van Verhoeven is een weermiddel tegen de leugens van de beschaving, en dus ook tegen de leugens van de kunst. Een beschaafde film over de basisinstincten van de mens, dat moet voor hem het allerergste zijn.

De wereld van Verhoeven is in al zijn films hetzelfde gebleven - er is geen verschil tussen de ambitieuze patatbakster Fientje in Spetters en de door Halina Reijn gespeelde moffenhoer Ronnie. Maar hoe verhoudt die wereld zich tot ons? Als je het mensbeeld van Verhoeven serieus neemt - en dat dwingen zijn films af - wat kun je daar dan tegenover stellen? Zijn we echt niet meer dan dat? Wanneer moraal niets anders is dan een dekmantel voor hypocrisie en opportunisme, waarmee houd je jezelf dan overeind?

In verband met het uitkomen van Zwartboek werd op televisie nog eens een fragment vertoond van de beruchte uitzending met Sonja Barend, waarin een klein volksgericht plaatvond tegen Spetters; twee vrouwelijke homojongens beschuldigden de regisseur ervan geweld tegen flikkers aan te moedigen. Het was 1980 en het waren de jaren van het emancipatoire ideaal, van het functionele bloot - wanneer je homoseks in een film stopte, dan werd je geacht dat te doen om te laten zien dat het iets goeds was. De dog eat dog wereld van Verhoeven stond haaks op dat ideaal, vandaar de woedende reacties van links Nederland; in die wereld was het vanzelfsprekend dat homos wraak namen op een potenrammer door hem groepsgewijs te verkrachten.

Niemand toont zich tegenwoordig nog woedend of geschokt door ontregelende kunst. Je zegt gewoon dat je je verveeld hebt, dat pakt veel dodelijker uit - of je gaat uitgebreid historische foutjes aanwijzen (,,Het klopt niet! Dat bestond in 1944 nog niet!). Maar als je Zwartboek niet bekijkt als een film over de Tweede Wereldoorlog, maar als een film over nu, dan merk je meteen dat Verhoevens visie opnieuw haaks op de tijdgeest staat. Het publieke debat staat de laatste jaren bol van het verantwoordelijkheidsgevoel, er wordt naarstig gezocht naar zingeving en normbesef. De verdiensten van onze beschaving moeten in marmer gebeiteld worden, over de Verlichting wordt gesproken alsof je er een abonnement op kunt nemen. Ook het geloof wordt weer gezien als een blijvend houvast. De burger wordt beschouwd als een evenwichtig, rationeel wezen, die zich uiteindelijk moeiteloos zal voegen naar het beschavingsideaal. Streng, maar rechtvaardig heet het geloofsartikel van het neoliberalisme; als je mensen leert verantwoordelijkheid te nemen, worden ze vanzelf betere mensen. Het is de nieuwe politieke correctheid.

Daartegenover staat de rauwe scepsis van Verhoeven. De personages in Zwartboek hebben heus hun idealen, ze worden alleen hopeloos gecompromitteerd door hun ervaringen. Het joodse personage dat Carice van Houten speelt, legt het aan met een Duitse officier voor de goede zaak, maar ze raakt werkelijk betrokken bij hem, waardoor haar positie moreel dubieus wordt. Voor haar en haar minnaar is de bevrijding ironisch genoeg een zwarte dag, hij omdat hij bij de gehate verliezers hoort, zij omdat ze als verrader wordt gezien door het verzet.

Het leven, zegt Verhoeven, laat zich niet vangen in verheven algemeenheden, in maakbaarheidsgeloof en een rotsvast besef van goed en kwaad. Deze wereld is beestachtig. Het enige waar Verhoeven bewondering voor lijkt te hebben is vitaliteit. Die wordt in zijn films altijd vertolkt door een vrouw, of het nu een lesbische verleidster met een ijspriem is of een joodse collaborateur die haar vijand een akelige verstikkingsdood laat sterven.

Op zon wereldbeeld kun je geen samenleving bouwen, dat verklaart de afkeer die Verhoeven nu al zijn hele carrière oproept, zowel in Nederland als in Amerika. Je zult idealen moeten hebben, overtuigingen moeten belijden, mooie verwachtingen over de toekomst en de mensheid moeten koesteren. De mens is veroordeeld tot humanisme, er zit domweg niets anders op. Maar dat humanisme ontspoort zodra het zich geen rekenschap meer wil geven van alles wat een mens eigenlijk tot mens maakt: het dierlijke instinct om te overleven, de schaamteloze neiging om je bij de winnaars aan te sluiten, de geilheid en de wreedheid die het telkens wint van de moraal, de dreiging van de onherroepelijke dood. Dat zijn onleefbare waarheden - waarmee je zult moeten leven. Dat wrijft Verhoeven steeds weer hardhandig in. Het maakt hem, ironisch genoeg, tot een onvervalste moralist.

Mijn reactie:

Bas Heijne is voor mij een topper. Hij is met zijn betogen soms wat te analytisch en vaak te doordacht. Hij schrijft alsof alle gebeurtenissen in de wereld doordacht zijn of doordacht verlopen. Zijn colums gaan steeds over een diepere verklaring alsof die er altijd moet zijn.

Desondanks zijn zijn analyses altijd sterk en op een bepaalde manier toch nog relativerend. Maar je moet er wel tegen kunnen.

In dit artikel krijgt Verhoeven een dikke pluim wegens zijn doorlopend aan de kaak stellen van de menselijke aard. Het voelt voor mij als alles er met de haren bijslepen. Die Verhoeven heeft namelijk films gemaakt die zo plat zijn als een dubbeltje. En dan ook nog slecht geacteerd.

En dat als levenswerken samenvatten tegen de menselijke aard? Dat gaat me te ver. Hoewel ik de denkrichting van Bas wel aantrekkelijk vind want zonder hem was ik weer nooit op dit stukje gekomen omdat ik die Verhoeven al een heel leven links heb laten liggen. En dat kan zelfs Bas' pleidooi niet meer veranderen.

Klik hier voor je reactie

Je reactie voeg ik daarna toe aan deze blog

Terug naar de startpagina van Ton Vermeulen